1. De Lange Zwarte vertelt…




Aan de rand van de Joodse Buurt in het hartje van Amsterdam bracht ik, als nakomertje van vier kinderen, voor de oorlog een gezellige jeugd door.

Mijn vader had een ijzerzaak in de Kerkstraat, en ik speelde met mijn vriendjes bij de Magere Brug.

Mijn vriendjes waren veelal Joodse jongens en met één van die jongens, Loekie, deelde ik mijn passie voor vliegtuigen. Als we een paar centen hadden dan gingen we naar de Utrechtsestraat. Daar had je een boekwinkel die kaarten verkocht met afbeeldingen van vliegtuigen erop; bommenwerpers en torpedojagers van de Engelsen en Amerikanen.

Loekie wilde later vliegenier worden…. In het begin van de oorlog werd het een sport om de soorten vliegtuigen aan hun geluid te herkennen. Er was een verschil in motorgeluid tussen Heinkels van de Duitsers en de vliegtuigen van de Engelsen en Amerikanen. Loekie was daar zeer gedreven in.

Tot die avond in ’43, ik hoorde Loekie in de stille, totaal verduisterde Kerkstraat tegen zijn moeder zeggen: “Ma, Engelse bommenwerpers!” Ik hoorde zijn moeder niet antwoorden, en door de overvliegende vliegtuigen werd verder elke geluid onverstaanbaar.

De volgende ochtend ging ik naar zijn huis om te vragen waarom hij zo laat nog op straat mocht. Daar aangekomen vond ik de voordeur open, niemand in de kamers, overal lag rommel en stonden laden en kasten open….Het hele gezin was weg….weggehaald, alleen omdat ze Joods waren!!!

Ik was toen zestien jaar en had toen al begrepen dat de Duitsers het hadden voorzien op Joden. Maar dat ze zelfs mijn vrienden weghaalden….

Wat moesten ze met al die mensen????

Enkele weken later op een zondagochtend ging ik mijn vriend Bobby Springer ophalen. Zijn naam herinner ik me nog zo goed omdat zijn oom voor de oorlog wereldkampioen Dammen was. (Ben Springer.) Bobby woonden op de Eerste etage aan de Kerkstraat 384. Ik belde aan en kreeg geen reactie, maar op de Bel-etage deed juffrouw Emster open en die zei: “Bobby is er niet meer, ze zijn vannacht met de hele familie weggehaald.”

Wat ze verder nog heeft gezegd weet ik niet meer, alleen het gevoel van onmacht en woede werd bij mij groter! Ik heb nog de hele tijd naar de gesloten ramen staan kijken waar Bobby nooit meer zijn hoofd naar buiten zou steken.

Zo zijn er in korte tijd steeds meer jongens om me heen verdwenen. Daantje, Eddy, Wim, ik heb ze nooit meer gezien. Ik had geen enkel idee wat er gaande was maar begreep wel dat ze niet meer terug zouden komen. Overal waar de mensen weg waren gehaald kwam de verhuiswagen van A.Puls voorrijden. Niet lang daarna werd de huizen door andere mensen bewoond. Ik wist dat er iets ergs gebeurde, maar dat kon ik toen niet bevatten, nu nog niet trouwens.

Hoe de bezetters met die mensen omgingen zag ik van nabij, toen een oudere jongen, Frits, uit mijn straat op zijn vlucht voor de Duitsers van het dak af werd geschoten.

-- vervolg --