10. Tobameer




In Prapat, aan het Tobameer, had ons onderdeel ook een wagenpark. Daar zijn drie van ons door de Bataks gevangen genomen omdat ze tijdens een wandeling de demarcatielijn hadden overschreden. We hebben ze nog met patrouilles proberen te vinden want de verhalen van anderen, over de behandeling van gevangenen, waren ons bekend. Maar zij hadden het alledrie overleefd, echter een van hen was totaal doorgedraaid. Later hoorde ik van een van hen dat telkens als er een patrouille in de buurt kwam de gevangenen snel werden verplaatst.

Die jongens hebben daar anderhalf jaar gevangen gezeten.

tobameer  

(fotos: Tobameer 1949 en 1989 (gemaakt door Hans Breugelmans (Breugie))

Steen



Een van de jongens uit mijn onderdeel kreeg verkering met een Indisch meisje, haar vader gaf les op de Ambachtsschool en kwam dus van goeden huize.

Het gezin woonde dan ook in een mooi huisje in Siantar. Die jongen had een jaar verkering met haar toen ze zwanger raakte. Er werd door de familie verwacht dat hij nu met haar zou gaan trouwen. Maar dat wilde hij niet en hij wrong zich in bochten om daar onder uit te komen. De moeder heeft toen een één of andere vloek over hem uitgesproken.

Hij had het gevoel dat hij een ‘steen’ in zijn voorhoofd had, een zwaar gevoel wat hoofdpijn veroorzaakte die niet meer weg ging. De arts kon er niets aan ontdekken en de hoofdpijnpoeders hielpen niets.
Hij is toen naar de commandant gegaan en hem om raad gevraagd. Die KNIL commandant adviseerde de soldaat om zich naar een ander gebied te laten overplaatsen. Dat werd Zuid-Sumatra. Na een half jaar was die jongen weer terug; nog steeds het gevoel van die steen en die hoofdpijn. Het enige wat voor hem overbleef was om op zijn knieën om vergeving te vragen bij de moeder. Op het moment dat hij dat deed en de moeder haar hand op zijn hoofd legde, was hij eindelijk van die ‘steen’ verlost.
Dat was iets wat wij als gewone Hollandse jongens niets van begrepen en wat best beangstigend was..

Buiten de ‘gewone’ soldaten ziektes om, kregen we ook te maken met ziektes waarvan we het bestaan niet van kenden. Zoals ringworm of malaria. Er ging geen dag voorbij of er was wel iemand slachtoffer van die onzichtbare vijand geworden.
We wisten niet hoe gevaarlijk die ziektes konden zijn….

Amandelen



Op een morgen werd ik wakker en had pijn in mijn keel. Ik ben toen even langs gegaan bij de dokter en wat bleek? Het waren mijn amandelen.
Een week later kwam de administrateur Hans bij me en die vertelde dat ik naar Batavia ging en dat ik zou worden opgenomen in het hospitaal. De arts had opdracht gegeven me daar aan m’n amandelen te laten helpen. Mij was daar niets van verteld. Omdat ik elke twee weken naar huis schreef en niet wist of ik daar de mogelijkheid ook zou hebben, stuurde ik even een briefje tussendoor naar huis dat ik misschien in het ziekenhuis opgenomen moest worden, en dat ik wellicht niet de kans had om te schrijven. Mijn vader, die zelf militair was geweest, vertrouwde mijn bericht helemaal niet en dacht dat er ‘stront aan de knikker’ was, en dat ik bij een of andere oorlogsactie betrokken was waarvan ik niets mocht vertellen.

Zo ging ik op 9 maart 1948 van Siantar naar Belawan en vandaar met de boot, de SS Janssen via Singapore, waar we een dag bleven, naar Java, Trandjong Priok, Batavia.
Op die boot zaten ook inlanders, vrouwen met kleine kinderen aan de borst die daar gewoon ergens op het schip hun potje kookten. Niet echt de comfortabelste manier van reizen. In Batavia aangekomen kreeg ik te horen dat ik niet aan de beurt was voor behandeling en me maar moest melden bij het doorgangscentrum, de Kazerne Mr.Corneliss. Overdag maakte ik wat uitstapjes naar bijvoorbeeld Buitenzorg en af en toe de stad in, en maar wachten, tot een sergeant me kwam vertellen dat ik geholpen kon worden.
Ik heb toen een dag of zes in het ziekenhuis gelegen om mijn keel en neus amandelen te laten verwijderen.Bij mijn ontslag uit het ziekenhuis heb ik aan een van de verpleegsters gevraagd of ik niet met het vliegtuig mee terug naar Medan kon. Die reis, weer op zo’n boot, zag ik helemaal niet zitten. Ik wist dat er regelmatig vliegtuigen van Batavia naar Medan vlogen. Dat waren DC2 toestellen met 29 stoelen aan boord, daar zou toch wel een plaatsje voor mij in zijn??
En ja hoor, ze kreeg het voor elkaar dat ik per vliegtuig terug kon naar Medan….
(foto: omgeving Medan 1947)

-- vervolg --