2. Alex Citroen




In de oorlog kreeg ik een baantje als jongste bediende bij Alex Citroen, een groothandel in behang en meubelstoffen aan de Singel 324.

De heer Citroen zelf was ondergedoken in Bussum en die handel werd overgenomen door een Duitser. Dat baantje had ik te danken aan een vriend van mij die mij aanraadde daar te solliciteren. Je kreeg daar extra eten omdat de vooroorlogse stoffen geruild werden tegen voedsel; zakken tarwe en aardappels, kolen en het personeel kreeg daar ook een deel van mee.

Dat was voor een jongen in de groei, zoals ik, een welkome aanvulling op de karige maaltijden thuis. Door dat baantje liep ik veel in de stad rond en zo zag ik dat een jongeman werd neergeschoten door de Duitsers op de Dam. Ze bleven rustig kijken naar de creperende jongen tot er een wagen kwam die de jongen afvoerde.
En later ook twee landwachters die een man op de vlucht bij het Centraal Station neerschoten. Dit en de honger die ik steeds meer ging voelen maakte mijn haat tegen de Duitsers steeds groter!

Het baantje bij Alex Citroen zou me, dacht ik, vrijstelling geven van een oproep voor Duitsland.Maar na mijn achttiende verjaardag kreeg ik toch een oproep en ben toen maar ondergedoken. Notabene op de vliering van mijn baas zonder dat hij het ooit heeft geweten. Mijn baas woonde daar ook niet.



-- vervolg --