3. Na de oorlog




Na de oorlog ben ik nog op zoek gegaan bij de Joodse Schouwburg en heb ik met Westerbork geschreven en gebeld om naar mijn oude vrienden te zoeken. Ik wílde weten wat er van hun geworden was….

Daar kwam ik te weten dat Bobby Springer op 3 juni 1943 op transport werd gesteld naar Sobibor en drie dagen later daar op de dodenlijst stond.

Ik heb mijn vrienden nooit meer teruggezien….

Na de bevrijding van Amsterdam kwamen er over de radio en de summiere krantjes die er waren oproepen om je op te geven als vrijwilliger voor het leger.

Omdat ik wat terug wilde doen voor mijn verloren vrienden ben ik op 3 juni 1945 naar de Dam gegaan, op de hoek van de Nieuwendijk en de Dam. In de oorlog zat daar nog het kantoor van de SS. Ik wilde vechten tegen de Duitsers en de Japanners die ons Indië bezet hielden. Ik ben gekeurd en goedgekeurd en moest maar wachten voor een oproep.

Na twee maanden kreeg ik een oproep om me te melden bij de Koninklijke Militaire Academie (K.M.A.) te Breda. Daar werd de Verband Akte bekrachtigd.

Alle vrijwilligers moesten zich melden in Chaam in Brabant, in een barakken kamp dat door de Duitsers was opgezet voor hun officieren die in Gilze-Rijen gelegerd waren. Vandaar uit gingen we in groepen naar Engeland om opgeleid te worden

-- vervolg --