9. Transport van de troepen




Ik zorgde ook voor het transport van troepen die op patrouille moesten met het doel het gebied te zuiveren. Vaak waren dat nachtelijke patrouilles en dan moest ik de groepen de volgende ochtend weer ophalen en vaak werd er dan gemeld dat er geen activiteiten waren waar genomen. En dan kreeg je dezelfde dag weer vuur uit dezelfde plaats waar die nacht daarvoor die patrouille was geweest.

Wij hadden het voor het zeggen in die plaatsen, maar in de jungle en langs de wegen, die vaak niet meer waren dan een door losse stenen verhard zandpad, hadden we niets in te brengen.

De enige dag dat je niet beschoten werd waren de zaterdagen, dan liepen de vrouwen met hun manden op hun hoofd naar de markt in de stad en konden wij rustig gebruik maken van de wegen.

Ik maakte vaak van die gelegenheid gebruik, in Turutung, om etenswaar die we hadden gekregen en niet hadden gegeten, te ruilen tegen vers fruit en groenten. We hadden daar een kok, een slagerszoon, die heel behoorlijk kon koken en die met die verse waren een goede maaltijd op tafel kon zetten.

sibolga-tarutung Een van de jongens die graag met me meeging als ik boodschappen ging halen was ‘Tarzan’. Zijn echte naam is me eigenlijk niet bekend. Het was een boom van een kerel die overal voor te porren was, met grote tatoeages op zijn armen.
Hij heeft de tijd in Indië zonder problemen overleefd maar werd vlak na zijn terugkeer in zijn woonplaats Noordwijk tijdens een ordinaire café ruzie door een agent die zich bedreigd voelde doodgeschoten.

We waren met een kleine groep van 75 man in Siantar en omdat de onderofficieren te veel belast waren om ook nog wachtcommandant te zijn, werd ik met nog drie soldaten 1e klas vrijwilligers gebombardeerd tot wachtcommandant. Je had dan de hele nacht de verantwoording over 75 man. Je moest ’s ochtends de koks wekken en zorgen dat alles weer gewekt werd en de boel weer ging draaien.

In mijn zakboekje staat nog "10 september 1947 –3 uur 's nachts; man aangeschoten door de wacht, gevangen genomen en overgeleverd aan de MP. (Militaire Politie)". Deze zorgde voor verhoren van de gevangenen. Ik weet nog een grote blonde MP-er die wel erg enthousiast met zijn gevangenen opging alsof hij het werk voor z’n plezier deed. ..

Het ene moment was je wachtcommandant en het andere moment weer chauffeur.

De rit van Siantar naar Medan maakte ik regelmatig. Alleen of met drie of vier wagens in colonne. Dat betekende 's ochtends om zes uur weg en dan was je 's avonds om een uur of zeven weer thuis. Dan nam je voor onderweg bijvoorbeeld een blik bruine bonen mee die je onder de motorkap plaatste. Tegen etenstijd was dat blik dan zo door en door heet dat je een behoorlijke warme maaltijd had. Dat was in de tijd ná de Eerste politionele actie, toen was het gebied redelijk veilig al moest je niet buiten de wegen komen.

Post ophalen



In Medan ging ik dan ook langs het postkantoor om de post op te halen voor ons leger-onderdeel en ook voor de groep infanterie die onderweg in de bergen lag. Die zagen je dan al van ver aankomen en dan kwam er iemand naar beneden om de post te halen. Eenmaal thuis ging ik dan op een tafel staan en deelde zo de post aan de jongens uit. Voor diegenen die geen post kregen had je dan de vage belofte ‘volgende keer beter’. De jongens die post kregen trokken zich dan terug op hun bed om de post te lezen. Iedereen leefde op de brieven en pakjes die van huis kwamen.

  

-- vervolg --